W9 Landelijk wonen

In de landelijke woongebieden is een grote afwisseling in bebouwde en onbebouwde delen en is er een mening van agrarische en meer burgerlijke bebouwing. De agrarische oorsprong en de relatie van het dorp met zijn omgeving is hier goed voelbaar.

Hoofdaspecten:

bebouwing en omgeving

  • De afzonderlijke gebouwen vormen qua oriëntatie en massa een samenhangend ensemble.
  • De (voormalige) boerderij manifesteert zich als hoofdgebouw.

Deelaspecten:

massa en vorm

  • Bouwmassa’s worden gekenmerkt door eenduidige rechthoekige basis en een enkelvoudige kapvorm met een steile dakhelling en lage gootlijn.
  • Grotere bebouwingselementen voorzien van een geleding in massa, zodat zij qua schaal aansluiten bij de bestaande bebouwing.

gevelcompositie

  • Gevels tonen steeds een eenvoudige ordening van gevelopeningen.
  • Gevelopeningen hebben een verticaal karakter en variëren in maat en vorm, afhankelijk van het functionele karakter van de achterliggende ruimte.
  • Bij splitsing van gebouwen blijven de oorspronkelijke cultuurhistorische kenmerken en de architectonische vormgeving behouden. Bij splitsing streven naar sanering van bedrijfsbebouwing, die uit oogpunt van landschap, cultuurhistorie of architectonische vormgeving als beeldverstorend wordt aangemerkt.
  • Specifieke detaillering van gevelopeningen met grote zorgvuldigheid ontwerpen.

Detailaspecten:

kleurgebruik en materiaalgebruik

  • Het materiaal- en kleurgebruik voor de hoofdvlakken is ingehouden en afgestemd op het kleur- en materiaalbeeld van de oorspronkelijke bebouwing in de omgeving.
  • In hoofdzaak bakstenen voor gevels en dakpannen en/of riet op daken toepassen.
  • Glas, spiegelende oppervlakken, metaal en kunststof niet toepassen bij beplating van gevels.
  • Kleine vlakken hebben een uitgesproken donkere of zeer lichte kleur, eveneens afgestemd op de kleurtoepassing in de omgeving.

detaillering

  • Bij renovatie rekening houden met de kenmerkende ornamentiek als dak- en gevellijsten, siermetselwerk en gevelstenen.
  • Specifieke detaillering van gevelopeningen met aandacht ontwerpen.

Inrichting erven vormgeving erfafscheidingen

  • De verharding ten behoeve van de ontsluiting van bebouwing is tot een minimum beperkt.

De overige niet gebiedsgebonden criteria staan in hoofdstuk 3.6 van dit document en gaan over: 

  • Bijbehorende bouwwerken zoals erker, daktoevoegingen.
  • Daktoevoegingen, dakkapellen, dakopbouwen en dakramen.
  • Kozijnen en gevelwijzigingen.
  • Zonwering.
  • Rolluiken.
  • Zonnepanelen en collectoren.
  • Schuilgelegenheden (buiten bouwperceel) in het landelijk gebied.
  • Erfafscheidingen.
  • Reclame-uitingen.

afdrukken
Landelijk wonen Laag-Soeren