W3 Traditionele woningbouw in blokverkaveling
Tussen 1950 en 1970 zijn veel onbebouwde gebieden binnen het oudere stratenpatroon ingevuld met een eenvoudig patroon van rechte straten met een eenvoudig, symmetrisch straatprofiel met bomen op de trottoirs. Langs deze straten zijn woningen gebouwd, veelal in rijtjes van drie of meer, afgewisseld met dubbele en vrijstaande woningen in sommige gevallen met lage flatgebouwen. Soms is sprake van een geclusterde stedenbouwkundige opzet, waarbij sommige buurten doen denken aan de tuindorpen van voor de Tweede Wereldoorlog. Op sommige plaatsen in de gemeente is een V-vormige verkaveling toegepast met veel ruimte voor groen. De samenhang in het straatbeeld ontstaat onder meer door een ingetogen materiaal- en kleurgebruik. Kenmerkend zijn het blokvormige stratenpatroon en het straatgericht wonen. De straathoeken zijn open, waarbij de woningen veelal een duidelijk onderscheid hebben tussen voorgevel en zijgevel. Rust in het bebouwingsbeeld ontstaat door de eenvoudige hoofdmassa´s en kapvormen, zoals zadelkappen en soms schilddaken. De herhaling van gelijkvormige kappen van bouwblokken geven soms een karakteristiek beeld naar zijstraten. Voor- en zijtuinen zijn gescheiden van de openbare ruimte door eenvoudige, lage erfafscheidingen. Aanbouwen aan achtergevels en dakkapellen/dakopbouwen voegen zich soepel binnen de hoofdkarakteristiek van het bebouwingsthema.
Hoofdaspecten:
bebouwing / omgeving
- Bij nieuw- en verbouw rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
- Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving.
- Panden richten naar de openbare ruimte.
- De positie, verkavelingwijze en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing is bij nieuwbouw richtinggevend.
Deelaspecten:
massa en vorm
- De bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving is het uitgangspunt bij uitbreiding en vervanging van de bebouwing.
- De bouwmassa is afgestemd op de belendende bebouwing.
- De bestaande kapvorm en kaprichting handhaven.
- Gemetselde schoorstenen op het dak accentueren de afzonderlijke woningen.
gevelcompositie
- Gevels die zijn gericht naar de openbare ruimte vertonen een open uitstraling.
- De compositie van gevelopeningen vertonen samenhang.
- Bij verbouw en renovatie aansluiten bij de richting en de maatverhoudingen van de bestaande gevelopeningen.
- De stijl en het materiaalgebruik bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw sluiten aan op die van de bebouwing in de omgeving.
- De maat en schaal van de gevelindeling respecteren.
- De verticale geleding en ritmiek van de gevel benadrukken, bijvoorbeeld door ordening van raampartijen langs verticale assen of door afwijkende behandeling van gevelvlakken.
- De maatverhoudingen van bestaande gevelopeningen handhaven.
- Kopgevels grenzend aan de openbare ruimte, een duidelijke expressie geven.
- De toevoegingen per woning zijn ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de gevelritmiek van het woningblok.
Detailaspecten:
materiaalgebruik / kleurgebruik / detaillering
- Bij materiaal- en kleurgebruik rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
- Het oorspronkelijke kleur- en materiaalgebruik is uitgangspunt bij verbouwing of renovatie.
- Voor de hoofdmaterialen bakstenen in aardkleuren toepassen, in combinatie met donkere of rode dakpannen.
- Grotere vlakken tonen geen sterke kleurcontrasten.
- Bij verbouwing of renovatie is het oorspronkelijke materiaalgebruik uitgangspunt.
- De detaillering bij aanpassing, renovatie of nieuwbouw eenzelfde mate van aandacht en expressie als die in de omgeving geven.
Deze criteria zijn algemeen en niet gebiedsgebonden en staan in hoofdstuk 3.6 van dit document.
- Bijbehorende bouwwerken zoals erker, daktoevoegingen.
- Daktoevoegingen, dakkapellen, dakopbouwen en dakramen.
- Kozijnen en gevelwijzigingen.
- Zonwering.
- Rolluiken.
- Zonnepanelen en collectoren.
- Schuilgelegenheden (buiten bouwperceel) in het landelijk gebied.
- Erfafscheidingen.
- Reclame-uitingen.
