W1 Parkachtig woongebied
Met parkachtige woongebieden worden ruim in het groen opgezette woonwijken bedoeld met villaachtige woonbebouwing. De panden bezitten een kloeke en compacte hoofdmassa met aan de straatzijden incidenteel een luchtig vormgegeven erker of serre. De villa’s hebben elk een eigen gezicht waarbij speciale aandacht is besteed aan de architectonische kwaliteit en uitstraling. De meeste villawijken in de gemeente Rheden zijn ontstaan tussen 1860 en 1940. Elk gebied heeft zijn specifieke kenmerken met betrekking tot de architectuurstijl, de grootte van kavels en woningen etc. De meeste villawijken zijn enigszins gemengd, waarbij soms ensembles van woningen aanwezig zijn met een sterke onderlinge visuele samenhang. In de villawijken wordt de overgang tussen privé en openbaar duidelijk aangegeven via een hekwerk, haag of anderszins. Het erf heeft een groen karakter met soms forse bomen. Ook het straatprofiel is relatief ruim en voorzien van opgaande beplanting.
Hoofdaspecten:
bebouwing en omgeving
- Bij nieuw- en verbouw rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
- Het bebouwingsbeeld wordt bepaald door een reeks van individuele bouwmassa’s.
- Representatieve bouwmassa’s omgeven door een landschappelijke inrichting van tuinen.
- De positie en oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing zijn richtinggevend.
- De beleving van onderlinge afstanden tussen de gebouwen heeft prioriteit boven de vorming van een wand.
- Bestaande doorzichten handhaven.
Deelaspecten:
massa en vorm
- Bij renovatie of nieuwbouw conformeert het bouwwerk zich wat betreft massa en hoofdvorm aan de bebouwing in de omgeving.
- De bouwmassa is voorzien van een (samengesteld) zadeldak of schilddak.
- Aanbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdvorm en gesitueerd aan de zij- of achtergevel.
- De kaphelling bedraagt minimaal 40 graden of is gelijk aan bestaand.
- Bijgebouwen zijn in hoofdvorm en kap afgestemd op het hoofdgebouw.
- Bij entreeportalen is een schuin dak mogelijk wanneer uitgevoerd conform de kap op de woning.
gevelcompositie
- Gevels die zijn gericht naar de openbare ruimte vertonen een open uitstraling.
- Er is aandacht voor de overhoekse uitstraling van gevels.
- Gevels vertonen een hiërarchische opbouw.
- De compositie van gevelopeningen vertonen samenhang.
- Bij splitsing van het pand blijft de oorspronkelijke gevelcompositie leidend.
- Bij verbouw en renovatie aansluiten bij de richting en de maatverhoudingen van de bestaande gevelopeningen.
Detailaspecten:
materiaalgebruik, kleurgebruik en detaillering
- Bij materiaal- en kleurgebruik rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
- Bij verbouwing of renovatie is het oorspronkelijke materiaalgebruik uitgangspunt.
- In hoofdzaak bakstenen voor gevels en dakpannen op daken toepassen.
- Bij verbouwing of renovatie is het oorspronkelijke kleurgebruik uitgangspunt.
- Voor de hoofdmaterialen aardkleuren toepassen, in combinatie met donkere of rode pannen.
- De detaillering van gevels die zijn gericht naar de openbare ruimte krijgen een hoge mate van aandacht
- Authentieke detaillering zoals overstekken, geaccentueerde lijsten en siermetselwerk zijn bij verbouw richtinggevend.
- Bij renovatie of nieuwbouw zorgvuldig omgaan (herstel, interpretatie) met de detaillering van de kap, de gevelopeningen en het metselwerk.
- Authentieke detaillering, zoals overstekken, geaccentueerde lijsten en siermetselwerk, blijft bij verbouw behouden.
- De detaillering van bijbehorende bouwwerken zorgvuldig afstemmen op die van het hoofdgebouw.
Deze criteria zijn algemeen en niet gebiedsgebonden en staan in hoofdstuk 3.6 van dit document.
- Bijbehorende bouwwerken zoals erker, daktoevoegingen.
- Daktoevoegingen, dakkapellen, dakopbouwen en dakramen.
- Kozijnen en gevelwijzigingen.
- Zonwering.
- Rolluiken.
- Zonnepanelen en collectoren.
- Schuilgelegenheden (buiten bouwperceel) in het landelijk gebied.
- Erfafscheidingen.
- Reclame-uitingen.
