W7 Individuele woningbouw
De individuele woningbouw bestaat overheersend uit vrijstaande woningen en twee-onder-eenkapwoningen gebouwd in één of twee lagen met kap. De architectuur van deze panden is gevarieerd maar meestal traditioneel van karakter. Er is een heldere scheiding tussen openbaar terrein en privégebied.
Hoofdaspecten:
bebouwing en omgeving
- Bij nieuw- en verbouw rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
- Het bebouwingsbeeld wordt bepaald door een reeks van individuele bebouwingsmassa’s, vrijstaand en 2^1 kap woningen.
- Bij nieuwbouw rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
- De onderlinge afstanden tussen de gebouwen geven een open bebouwingsbeeld
- Bestaande doorzichten handhaven.
- Verspringingen in de rooilijn zijn mogelijk als dat past in het straatbeeld.
- De panden staan met de voorgevel georiënteerd naar de straat.
Deelaspecten:
massa en vorm
- Bij renovatie of nieuwbouw conformeert het bouwwerk zich wat betreft massa en hoofdvorm aan de bebouwing in de omgeving.
- De bouwmassa is voorzien van een plat dak of een kap.
- Bij aanpassingen aan individuele woningen blijft de hoofdvorm inclusief geleding herkenbaar.
gevelcompositie
- Gevels die zijn gericht naar de openbare ruimte vertonen een open uitstraling.
- Er is aandacht te zijn voor de overhoekse uitstraling van gevels.
- Gevels vertonen een hiërarchische opbouw.
- De compositie van gevelopeningen vertoont samenhang.
- Bij splitsing van het pand blijft de oorspronkelijke gevelcompositie leidend.
- Bij verbouw en renovatie aansluiten bij de richting en de maatverhoudingen van de bestaande gevelopeningen.
Detailaspecten:
materiaalgebruik, kleurgebruik en detaillering
- Het materiaal- en kleurgebruik houdt rekening met de gebiedskarakteristiek.
- Het overwegende materiaalgebruik bij gevels betreft baksteen.
- Glas, spiegelende oppervlakken en kunststof niet als overwegend gevelmateriaal toepassen.
- De detaillering van gevels die zijn gericht naar de openbare ruimte krijgen een hoge mate van aandacht
- Bij aanpassingen is het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik uitgangspunt.
- Bij renovatie zorgvuldig omgaan (herstel, interpretatie) met de detaillering van de kap, de gevelopeningen en het metselwerk.
- In lichte kleur geschilderde gevels en stucwerk zijn toegestaan, indien deze kenmerkend zijn voor de omgeving en in getemperd kleurniveau worden toegepast.
- De kleurstelling van dakbedekking en gevels zijn op elkaar afgestemd.
Deze criteria zijn algemeen en niet gebiedsgebonden en staan in hoofdstuk 3.6 van dit document.
- Bijbehorende bouwwerken zoals erker, daktoevoegingen.
- Daktoevoegingen, dakkapellen, dakopbouwen en dakramen.
- Kozijnen en gevelwijzigingen.
- Zonwering.
- Rolluiken.
- Zonnepanelen en collectoren.
- Schuilgelegenheden (buiten bouwperceel) in het landelijk gebied.
- Erfafscheidingen.
- Reclame-uitingen.
