W6 Thematische inbreidingen
Nadat de buitengrenzen van de bebouwde kommen in de jaren tachtig zijn bereikt, worden op kleinere schaal inbreidingsplannen ontwikkeld. Ook worden bestaande woningen gesloopt om plaats te maken voor nieuwe en eigentijdse woonbebouwing. Deze nieuwe woongebieden zijn meer marktconform gebouwd en krijgen een duidelijk imago mee dat ondermeer naar voren komt in een uitgesproken architectuur. Bij de ontwikkeling van de gebieden wordt veel aandacht besteed aan de architectonisch/ stedenbouwkundige uitstraling. In de verkavelingsopzet wordt weer gestreefd naar een helder onderscheid tussen openbaar en privé. Enkele inbreidingen in de oude kernen zijn als hofjes op binnengebieden ontwikkeld.
Hoofdaspecten:
bebouwing en omgeving
- Bij nieuw- en verbouw rekening houden met gebiedskarakteristiek.
- Bij toevoegingen en aanbouwen is de positie en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing richtinggevend.
- Het overwegend gesloten straatbeeld van gestapelde, aaneengebouwde of geschakelde woningen in stand houden.
- Wijzigingen sluiten aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving: Het gaat om de stelselmatige toepassing van accenten bijvoorbeeld op koppen of in zichtassen en van symmetrieën in massa, kapvorm en gevelindeling.
- Woningen staan georiënteerd op de openbare ruimte.
Deelaspecten:
massa en vorm
- De bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving is het uitgangspunt bij uitbreiding en vervanging van de bebouwing.
- De bouwmassa is afgestemd op die van de belendende bebouwing.
- De bestaande kapvorm en kaprichting blijven gehandhaafd.
gevelcompositie
- Gevels die zijn gericht naar de openbare ruimte vertonen een open uitstraling.
- Zijgevels grenzend aan de openbare ruimte behandelen als voorgevel.
- Er is aandacht te zijn voor de overhoekse uitstraling van gevels.
- Gevels vertonen een hiërarchische opbouw.
- De compositie van gevelopeningen vertoont samenhang.
- Bij splitsing van het pand blijft de oorspronkelijke gevelcompositie leidend.
- Bij verbouw en renovatie aansluiten bij de richting en de maatverhoudingen van de bestaande gevelopeningen.
Detailaspecten:
materiaalgebruik, kleurgebruik en detaillering
- Bij materiaal- en kleurgebruik rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
- Het overwegende materiaalgebruik bij gevels betreft baksteen.
- Glas, spiegelende oppervlakken en kunststof niet als overwegend gevelmateriaal toepassen.
- Bij aanpassingen is het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik uitgangspunt.
- Bij renovatie zorgvuldig omgaan (herstel, interpretatie) met de detaillering van de kap, de gevelopeningen en het metselwerk.
- Bij nieuwbouw bepalen getemperde kleuren het aanzicht van de hoofdvlakken.
- In lichte kleur geschilderde gevels en stucwerk zijn toegestaan, indien deze kenmerkend zijn voor de omgeving en in getemperd kleurniveau worden toegepast.
- De kleurstelling van dakbedekking en gevels zijn op elkaar afgestemd.
Deze criteria zijn algemeen en niet gebiedsgebonden en staan in hoofdstuk 3.6 van dit document.
- Bijbehorende bouwwerken zoals erker, daktoevoegingen.
- Daktoevoegingen, dakkapellen, dakopbouwen en dakramen.
- Kozijnen en gevelwijzigingen.
- Zonwering.
- Rolluiken.
- Zonnepanelen en collectoren.
- Schuilgelegenheden (buiten bouwperceel) in het landelijk gebied.
- Erfafscheidingen.
- Reclame-uitingen.
