W2 Tuindorpen en tuinwijken
In de eerste helft van de twintigste eeuw zijn in Rheden diverse complexen in het kader van de volkswoningbouw gerealiseerd. Veel daarvan kunnen worden getypeerd als tuindorpen. Kenmerkend is, dat ze oorspronkelijk als samenhangend geheel zijn ontworpen, met specifieke architectonisch/stedenbouwkundige kenmerken. In de dorpen treft men de volkswoningbouw vaak aan in kleine clusters aan ´gewone´ straten. De architectuur is overwegend ingetogen en sober van opzet met een verfijning in de kleurtoepassing en detaillering.
Hoofdaspecten:
bebouwing / omgeving
- Bij nieuw- en verbouw rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
- Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving.
- Panden richten naar de openbare ruimte.
- De positie, het verkavelingsprincipe en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing zijn bij nieuwbouw richtinggevend.
massa en vorm
- De bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving is het uitgangspunt bij uitbreiding en vervanging van de bebouwing.
- De massaopbouw en de kapvorm afstemmen op de belendende bebouwing.
- De bestaande kapvorm en kaprichting handhaven.
- Regelmatig geplaatste, gemetselde schoorstenen op het dak accentueren de afzonderlijke woningen.
Deelaspect:
gevelcompositie
- Gevels die zijn gericht naar de openbare ruimte vertonen een open uitstraling.
- Gevels vertonen een hiërarchische opbouw.
- De compositie van gevelopeningen vertonen samenhang.
- Bij splitsing van het pand blijft de oorspronkelijke gevelcompositie leidend.
- Bij verbouw en renovatie aansluiten bij de richting en de maatverhoudingen van de bestaande gevelopeningen.
- Bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw sluiten de stijl en het materiaal aan op die van de bebouwing in de omgeving.
- De verticale geleding en ritmiek van de gevel benadrukken, bijvoorbeeld door ordening van raampartijen langs verticale assen of door afwijkende behandeling van gevelvlakken.
- De maatverhoudingen van bestaande gevelopeningen handhaven.
- Kopgevels grenzend aan de openbare ruimte verkrijgen een duidelijke expressie.
- De toevoegingen per woning doen geen afbreuk aan de hoofdstructuur en de gevelritmiek van het woningblok en zijn daarmee ondergeschikt aan de hoofdstructuur.
Detailaspecten:
materiaalgebruik / kleurgebruik / detaillering
- Bij materiaal- en kleurgebruik rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
- Het oorspronkelijke kleur- en materiaalgebruik is uitgangspunt bij verbouwing of renovatie.
- Voor de hoofdmaterialen bakstenen in aardkleuren toepassen, in combinatie met donkere of rode dakpannen.
- Grotere vlakken tonen geen sterke kleurcontrasten.
- De detaillering van gevels die zijn gericht naar de openbare ruimte krijgen een hoge mate van aandacht
- Bij verbouwing of renovatie is het oorspronkelijke materiaalgebruik uitgangspunt.
- Bij renovatie of nieuwbouw is de specifieke detaillering van gevelopeningen, balkonhekken, deurluifels en dergelijke in de omgeving richtinggevend.
- De detaillering bij aanpassing, renovatie of nieuwbouw verkrijgt eenzelfde mate van aandacht en expressie als die in de omgeving.
Deze criteria zijn algemeen en niet gebiedsgebonden en staan in hoofdstuk 3.6 van dit document.
- Bijbehorende bouwwerken zoals erker, daktoevoegingen.
- Daktoevoegingen, dakkapellen, dakopbouwen en dakramen.
- Kozijnen en gevelwijzigingen.
- Zonwering.
- Rolluiken.
- Zonnepanelen en collectoren.
- Schuilgelegenheden (buiten bouwperceel) in het landelijk gebied.
- Erfafscheidingen.
- Reclame-uitingen.
