G3 Boerenerven in het agrarisch buitengebied

Karakteristiek
Door verschillende ontwikkelingen in de agrarische sector zijn sommige boeren genoodzaakt hun bedrijf te beëindigen. Een mogelijke nieuwe invulling kan het oprichten van één of meerdere woningen zijn. Zo kan de karakteristiek van het boerenerf met meerdere gebouwen behouden blijven zonder dat verpaupering van ongebruikte opstallen ontstaat.

Aandachtspunten
De bouw van een woning op een erf zal zodanig moeten plaatsvinden dat dit een meerwaarde oplevert voor het boerenerf in zijn totaliteit. Niet-karakteristieke opstallen worden verwijderd, waar een woning voor in de plaats kan komen. Ook kunnen in het oude schuurgedeelte één of meer wooneenheden worden gerealiseerd. De aankleding en inrichting van het erf met karakteristieke beplanting is een aandachtspunt.

Hoofdaspecten:

bebouwing en omgeving

  • Bij de groepering van gebouwen wordt ingespeeld op de karakteristieken van het aanwezige landschap. Hierbij wordt gelet op de volgende aspecten:
    • landschapstype;
    • schaal van het gebied; korrelgrootte van de bebouwing;
    • verkavelingspatroon/erfinrichting;
    • richtingen daarvan in het landschap;
    • zicht op het bouwperceel vanuit de omgeving;
    • hoogteverschillen en topografische beperkingen.

  • De afzonderlijke gebouwen vormen qua oriëntatie en massa een samenhangend ensemble.
  • De boerderij manifesteert zich als hoofdgebouw.
  • Bedrijfsgebouwen en bijkomende objecten of bijbehorende bouwwerken worden, afhankelijk van de oorspronkelijke situatie, aan de weg geplaatst of teruggelegd ten opzichte van het woongedeelte of geïntegreerd in de bebouwing.
  • Bij bedrijfsbeëindiging en omvorming van een agrarische bestemming tot woonbestemming bebouwing clusteren tot grotere eenheden, waardoor de karakteristieke van woongebouwen met bedrijfsgebouwen behouden blijven.

Deelaspecten:

massa en vorm

  • Bouwmassa’s worden gekenmerkt door eenduidige rechthoekige basis en een enkelvoudige kapvorm met een steile dakhelling en lage gootlijn.
  • Grotere bebouwingselementen voorzien van een geleding in massa, zodat zij qua schaal aansluiten bij de bestaande bebouwing.

    Aanvullende criteria bij deelgebied 2 Spankeren & Soerensche Broek
    • Bouwmassa’s worden gekenmerkt door eenduidige rechthoekige basis en een kapvorm met een steile dakhelling en een lage gootlijn: T-huis type.
    • Nieuwe bouwmassa sluiten qua maat en schaal aan op bestaande historische/ traditionele bebouwing in de omgeving.

    Aanvullende criteria welstandniveau 1

    • De kenmerkende ornamentiek als dak- en gevellijsten, siermetselwerk en gevelstenen blijven bij renovatie behouden.

gevelcompositie

  • Gevels tonen steeds een eenvoudige ordening van gevelopeningen.
  • Gevelopeningen hebben een verticaal karakter en variëren in maat en vorm, afhankelijk van het functionele karakter van de achterliggende ruimte.
  • Bij splitsing van gebouwen blijven de oorspronkelijke cultuurhistorische kenmerken en de architectonische vormgeving behouden. Bij splitsing streven naar sanering van bedrijfsbebouwing, die uit oogpunt van landschap, cultuurhistorie of architectonische vormgeving als beeldverstorend wordt aangemerkt.
  • Specifieke detaillering van gevelopeningen met grote zorgvuldigheid ontwerpen.

Detailaspecten:

Kleurgebruik en materiaalgebruik toepassing

  • Het materiaal- en kleurgebruik voor de hoofdvlakken is ingehouden en afgestemd op het kleur- en materiaalbeeld van de oorspronkelijke bebouwing in de omgeving.
  • In hoofdzaak bakstenen voor gevels en dakpannen en/of riet op daken toepassen.
  • Glas, spiegelende oppervlakken, metaal en kunststof niet toepassen bij beplating van gevels.
  • Kleine vlakken hebben een uitgesproken donkere of zeer lichte kleur, eveneens afgestemd op de kleurtoepassing in de omgeving.

detaillering

  • Bij renovatie rekening houden met de kenmerkende ornamentiek als dak- en gevellijsten, siermetselwerk en gevelstenen.
  • Specifieke detaillering van gevelopeningen met aandacht ontwerpen.

Karakteristiek
Het houden van paarden is in opkomst in het landelijk gebied. In het landschap wordt dat steeds sterker zichtbaar door hekwerken en afrasteringen van paardenweiden. Paardenbakken en longeerinrichtingen op de erven vragen ruimte. Door de benodigde verlichting zijn deze plekken ook in het donker zichtbaar. Overigens worden overdekte paardenbakken tot de stallen gerekend en dienen die te voldoen aan de daar gestelde richtlijnen.

Aandachtspunten
Voorzieningen voor het houden van paarden horen deel uit te maken van het boerenerf. Aansluiten bij de landschappelijke karakteristiek en het erf is uitgangspunt.

Hoofdaspecten:

bebouwing en omgeving

  • Voorzieningen zoals paardenbak/ longeerinirchting zo dicht mogelijk clusteren bij het hoofdgebouw en rond bestaande agrarische bedrijfsbebouwing.

Deelaspecten:

massa en vorm

  • Afrastering van paardenbakken/longeerinrichtingen in hout op erven bij voorkeur aangevuld met een haag van dezelfde hoogte als de afrastering.
  • Afrastering van paardenweiden in de vorm van lintafrasteringen met een zo laag mogelijk houten ondersteuning.

kleur- en materiaalgebruik

  • Houtenpalen in natuurlijke houtkleur.
    Lintafrastering in donkere kleurstelling.
    Kleurgebruik ingetogen, passend in het landschap.

Karakteristiek
Silo’s horen bij de moderne bedrijfsvoering. Mestsilo’s, sleufsilo’s en voedersilo’s zijn niet weg te denken bij de hedendaagse boerderij. Door hun hoogte en aantal zijn ze vaak goed zichtbaar op het boerenerf.

Aandachtspunten
Om met de komst van een silo een meerwaarde te kunnen genereren, is een aanvullende versterking van de erfinrichting een belangrijk aandachtspunt. Door clustering en gedekt kleurgebruik worden de silo’s minder dominant in het beeld

Hoofdaspecten:

bebouwing en omgeving

  • De silo wordt achter de achtergevelrooilijn van het hoofdgebouw zijnde de woning geplaatst.
  • Bij voorkeur plaatsing niet direct in het zicht vanaf de openbare weg.
  • Silo’s worden geclusterd, tenzij wordt aangetoond dat dit om bedrijfstechnische redenen niet mogelijk is. In dat geval wordt gezocht naar een passend alternatief.

Detailaspecten:

Kleur- en materiaalgebruik

  • Gedekt kleurgebruik, tenzij wordt aangetoond dat dit om bedrijfstechnische redenen niet mogelijk is. In dat geval wordt gezocht naar een passend alternatief.

Inrichting erven vormgeving erfafscheidingen

  • De verharding ten behoeve van de ontsluiting van bebouwing is tot een minimum beperkt.


De overige niet gebiedsgebonden criteria staan in hoofdstuk 3.6 van dit document en gaan over:

  • Bijbehorende bouwwerken zoals erker, daktoevoegingen. 
  • Daktoevoegingen, dakkapellen, dakopbouwen en dakramen.
  • Kozijnen en gevelwijzigingen.
  • Zonwering.
  • Rolluiken.
  • Zonnepanelen en collectoren.
  • Schuilgelegenheden (buiten bouwperceel) in het landelijk gebied.
  • Reclame-uitingen.

afdrukken
Pachterboerderij in de Havikerwaard