G2 Buitenplaatsen en landgoederen

Karakteristiek
Het merendeel van de landgoederen en buitenplaatsen ligt in de Veluwerand. De landgoederen en buitenplaatsen kenmerken zich door een groot erf met een rijk gedetailleerd hoofdgebouw en meerdere vrijstaande bijbehorende bouwwerken. De bijbehorende parken en tuinen sluiten aan op het landschap. Laanstructuren versterken het monumentale karakter van de landgoederen en buitenplaatsen.

Aandachtspunten
De landgoederen en hun erven en cultuurhistorische laanbeplanting bepalen voor een belangrijk deel het beeld van de gemeente. Het streven is deze beeldkwaliteit ook voor de toekomst te bewaren.

Hoofdaspecten:

bebouwing en omgeving

  • De aanwezige concentratie en hiërarchische groepering van gebouwen rond één hoofdgebouw handhaven.
  • De afzonderlijke gebouwen vormen qua oriëntatie en massa een samenhangend ensemble.
  • Het hoofdgebouw staat centraal in een landschappelijke compositie.
  • Bedrijfsgebouwen en bijkomende objecten maken deel uit van deze compositie of zijn geïntegreerd in de bebouwing.

Deelaspecten:

massa en vorm

  • Bouwmassa’s zijn compact, opzichzelfstaand en worden in hun oorspronkelijke opzet en vormgeving gehandhaafd.
  • Bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen, zijn de toevoegde bouwmassa’s en vormen per pand ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel.
  • De oorspronkelijke dakvorm handhaven.

gevelcompositie

  • Bij renovatie of aanpassingen tonen gevels steeds de oorspronkelijke opbouw, geleding en ordening van gevelopeningen.
  • Gevelopeningen hebben een verticaal karakter en variëren in maat en vorm afhankelijk van de compositie van het gevelbeeld.
  • Bij nieuwbouw zijn de oorspronkelijke stijlkenmerken, de maatvoering en materialen uitgangspunt.
  • Bij splitsing van gebouwen blijven de oorspronkelijke cultuurhistorische kenmerken en de architectonische vormgeving behouden.

Detailaspecten:

kleurgebruik

  • Bij verbouwing of renovatie wordt het oorspronkelijke kleurgebruik als uitgangspunt genomen dan wel teruggebracht.
  • Grotere vlakken tonen geen sterke kleurcontrasten.
  • Voor de hoofdmaterialen aardkleuren toepassen, in combinatie met donkere pannen.
  • Kleine vlakken hebben een uitgesproken donkere of zeer lichte kleur, eveneens afgestemd op de oorspronkelijke kleurtoepassing.

materiaalgebruik

  • Bij verbouwing of renovatie wordt het oorspronkelijke, meestal ambachtelijke, materiaal- gebruik als uitgangspunt genomen.
  • Glas, spiegelende oppervlakken, metaal en kunststof niet toepassen bij de beplating van gevels.

detaillering

  • Bij renovatie of verbouw wordt authentieke detaillering zoals overstekken, dak- en gevel- lijsten en siermetselwerk behouden.
  • Bij nieuwbouw zijn de detaillering van de kap, de gevelopeningen, de toevoegingen, de ornamentiek en het metselwerk een zorgvuldige en respectvolle interpretatie van de oorspronkelijke vormgeving.
  • De detaillering van bijbehorende bouwwerken is zorgvuldig afgestemd op die van het hoofdgebouw.
  • Serres en erkers uitvoeren met eenzelfde aandacht voor detaillering als die voor het hoofdgebouw.
  • Specifieke gevelbehandelingen, metselverbanden en voegwerk zijn in overeenstemming met de oorspronkelijke uitvoering.

Karakteristiek
Het houden van paarden is in opkomst in het landelijk gebied. In het landschap wordt dat steeds sterker zichtbaar door hekwerken en afrasteringen van paardenweiden. Paardenbakken en longeerinrichtingen op de erven vragen ruimte. Door de benodigde verlichting zijn deze plekken ook in het donker zichtbaar. Overigens worden overdekte paardenbakken tot de stallen gerekend en dienen die te voldoen aan de daar gestelde richtlijnen.

Aandachtspunten
Voorzieningen voor het houden van paarden horen deel uit te maken van het boerenerf. Aansluiten bij de landschappelijke karakteristiek en het erf is uitgangspunt.

Hoofdaspecten:

bebouwing en omgeving

  • Voorzieningen zoals paardenbak/longeerinrichting zo dicht mogelijk clusteren bij het hoofdgebouw en rond bestaande agrarische bedrijfsbebouwing.

Deelaspecten:

massa en vorm

  • Afrastering van paardenbakken/longeerinrichtingen in hout op erven bij voorkeur aangevuld met een haag van dezelfde hoogte als de afrastering.
  • Afrastering van paardenweiden in de vorm van lintafrasteringen met een zo laag mogelijk houten ondersteuning.

Kleur- en materiaalgebruik

  • Houtenpalen in natuurlijke houtkleur.
  • Lintafrastering in donkere kleurstelling.
  • Kleurgebruik ingetogen, passend in het landschap.

Verschillende landgoederen & buitenplaatsen kennen voor hun bebouwing of aanleg een door het rijk of gemeente aangewezen bescherming als monument of zijn gelegen in een rijksbeschermd dorpsgezicht. In deze gevallen en ook bij oudere landgoederen en buitenplaatsen is sprake van een bijzondere situatie en is de toetsing aan algemeen geldende criteria kleine bouwwerken niet gewenst. Kleine bijbehorende bouwwerken zullen steeds aan de welstandscommissie worden voorgelegd en beoordeeld worden op basis van de hiervoor gestelde criteria.

Inrichting erven vormgeving erfafscheidingen

  • Het oorspronkelijke tuin- c.q. landschapsontwerp respecteren.
  • Verharding voor verkeersdoeleinden tot een minimum beperken.
  • Terreinafscheidingen bij voorkeur uitvoeren als hagen of heggen, al dan niet voorzien van open (en donker geschilderd) hekwerk.
  • Gebouwde terreinafscheidingen, poortelementen, terrasmuren en dergelijke in samenhang met de architectuur en de hoofdmateriaalkeuze van het object vormgeven.

afdrukken
Kasteel Biljoen nabij VelpInpassing paardenbak