T3 Instituten / maatschappelijke doeleinden

Onder instituten en maatschappelijk voorzieningen worden bouwwerken verstaan van enige omvang. Deze bouwwerken dienen door de gebruiksfunctie een algemeen- of een groot groepsbelang. Voor de omgeving zijn deze voorzieningen van grote invloed op de ruimtelijke structuur en hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Zorgvuldige inpassing is daarom belangrijk.

Hoofdaspecten:

bebouwing en omgeving

  • Bij nieuwbouw rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
  • Voorop staat de individuele uitstraling van het hoofdgebouw, complex of instituut, inclusief de bijhorende bouwwerken. Dit houdt in: een eigen architectonische vormgeving met een representatieve uitstraling die recht doet aan het ruimtelijke en functionele belang van het gebouw.
  • Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals omschreven in de gebiedsbeschrijving en waardering, dienen waar mogelijk gehandhaafd te blijven dan wel te dienen als inspiratie.
  • De indeling van het perceel en de hoofdopzet van de clustering afstemmen op de stedenbouwkundige karakteristiek van de locatie (hiërarchie, ontsluiting, zichtlijnen en dergelijke).
  • Publieke en representatieve functies zijn naar de openbare weg georiënteerd.
  • Speciale aandacht gaat uit naar de aansluiting van een gebouw (begane grond) op het maaiveld.
  • Het bebouwingsbeeld wordt bepaald door een ritme of compositie van individuele bouw- massa’s. De beleving van onderlinge afstanden tussen de gebouwen is belangrijker dan de vorming van een wand.

Deelaspecten:

massa en vorm

  • Het gebouw (c.q. instituut of complex) is een individuele architectonische eenheid en staat op zichzelf.
  • Het gaat om gebouwen met een eenduidige hoofdvorm, maar ook om gebouwen samengesteld uit meerdere volumes en/of gebouwen. Eenheid in vorm dient daarom gezocht te worden bij de hoofdmassa.
  • Bijbehorende bouwwerken moeten in maatvoering en architectuur een logisch geheel vormen met de hoofdbebouwing. 

gevelcompositie

  • De compositie van gevelopeningen vertoont samenhang.
  • De gevels, die zijn georiënteerd op de openbare weg ondersteunen de functie en het (representatieve / openbare) karakter van een gebouw.
  • Voor bebouwing die is georiënteerd op de openbare weg staat de individuele herkenbaarheid van ieder afzonderlijk gebouw voorop.
  • Uitbreidingen van gebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw en zijn afgestemd op de vormgeving van de hoofdbebouwing.
  • Technische installaties “mee-ontwerpen” in het totale ontwerp.
  • De verschillende hoofdfuncties zijn te onderscheiden door architectonische accenten en geledingen.
  • Renovatie en/of vervangende nieuwbouw respecteert de oorspronkelijke gevelopbouw.
  • Bij splitsing van het pand blijft de oorspronkelijke gevelcompositie leidend.

Detailaspecten:

materiaalgebruik, kleurgebruik en detaillering

  • Bij materiaal- en kleurgebruik rekening houden met de gebiedskarakteristiek.
  • De gebruikte materialen en kleuren dragen bij aan een oogwaardige, representatieve en duurzame architectonische uitstraling en de herkenbaarheid van de bebouwing.
  • Bij aanpassingen is het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik uitgangspunt.
  • Gevels en stucwerk geschilderd in lichte kleur zijn toegestaan indien deze kenmerkend zijn voor de omgeving en in getemperd kleurniveau worden toegepast.
  • Grote vlakken hebben een structuur of onderverdeling.

Deze criteria zijn algemeen en niet gebiedsgebonden en staan in hoofdstuk 3.6 van dit document.

  • Bijbehorende bouwwerken zoals erker, daktoevoegingen.
  • Daktoevoegingen, dakkapellen, dakopbouwen en dakramen.
  • Kozijnen en gevelwijzigingen.
  • Zonwering.
  • Rolluiken.
  • Zonnepanelen en collectoren.
  • Schuilgelegenheden (buiten bouwperceel) in het landelijk gebied.
  • Erfafscheidingen.
  • Reclame-uitingen.

afdrukken
Gemeentehuis De Steeg