E Duurzaamheid
Duurzaamheid is de balans tussen ecologische, economische en sociale belangen voor het heden en de toekomst. Duurzaamheid bij gebouwen wordt vooral verbonden met technische en/of goed meetbare aspecten. Zo kan de nadruk liggen op het gebruik van duurzame materialen of op een hoge energiebewustheid (energieneutraal gebouw). Los van deze technische aspecten kan duurzaamheid ook vanuit een kwalitatief architectonisch en cultuurhistorisch gezichtspunt worden bekeken. De gemeente Geldermalsen voelt zich verantwoordelijk voor het bevorderen van een duurzame leefomgeving en onderschrijft het bestaan van klimaatopwarming. Klimaatadaptatie, veiligheid voor overstromingen, milieukwaliteit en een duurzaam watersysteem zijn zaken waar de gemeente zich de komende jaren voor gaat inspannen. De gemeente Geldermalsen wil daarnaast ook graag bewoners en initiatiefnemers stimuleren om een bijdrage te leveren aan het duurzame karakter van de gemeente. Met dit hoofdstuk wordt een verband gelegd tussen het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en een duurzaamheidsinitiatief zoals Stroomversnelling. Daarnaast wordt een handreiking gegeven voor de plaatsing van zonnepanelen.
Een tijdloos gebouw dat langer dan een eeuw kan blijven staan, en dan nog steeds goed werkt, is per definitie duurzaam. Sloop en vervangende nieuwbouw hebben een hoge CO2-belasting. Het zoveel mogelijk behouden en hergebruiken van oude panden staat daarom voorop.
- Stroomversnelling
Stroomversnelling, een landelijk duurzaamheidsinitiatief, gaat uit van behoud en ontwikkelt een industriële aanpak die het betaalbaar maakt om woningen te renoveren tot energie-neutrale ‘nul op de meter’ woningen. Het gaat hierbij vooral om woningen uit de bouwperiode 1950-1980. Alleen een industriële aanpak en een efficiënt bouwproces maken dit financieel haalbaar. Stroomversnelling kenmerkt zich daarom door een industriële productiewijze. Traditionele materialen als baksteen en hout worden vervangen door lichte materialen als steenstrips, kunststof en aluminium. Een gewenst efficiënt bouwproces is daarnaast gebaat bij een goed en snel proces van vergunningverlening. Hieronder valt ook de welstandstoets die met deze Nota Ruimtelijke Kwaliteit is vastgelegd.
- Stroomversnelling en de Nota Ruimtelijke kwaliteit
Uitgaande van de beschreven waarde, kernkwaliteiten en ambities per deelgebied kan geconcludeerd worden dat bouwplannen in het kader van Stroomversnelling niet passen in de ‘Historische dorpskernen’. Het beleid voor de dorpskern gaat ervan uit dat een bouwplan de (voor dit gebied) kenmerkende en beeldbepalende onderdelen, zoals dakranden, kozijnprofileringen en raamindelingen, heeft. De bestaande omgevingskwaliteit prevaleert hier boven het verduurzamen van bebouwing.
Plannen in het kader van Stroomversnelling worden wel mogelijk gevonden in de ‘Woonbuurten’. Er is wel een beperking; het beleid voor dit deelgebied kent een waarde toe aan het bewaren van een zekere stedenbouwkundige en architectonische samenhang per straat. Het transformeren van één woning of meerdere woningen in een bouwblok tast die samenhang aan. Het uitgangspunt is om de transformatie per bouwblok te laten plaatsvinden. Waarbij tevens gelet moet worden op een zekere samenhang tussen bouwblokken onderling, per straat.
Het transformeren van één of enkele woningen in een bouwblok wordt vooralsnog met de Nota Ruimtelijke Kwaliteit niet mogelijk gemaakt. Om hiervoor eventueel ruimte te bieden is nader onderzoek nodig naar de mogelijkheden per wijk, straat en bouwblok.
- Zonnepanelen en -collectoren
De aandacht voor het plaatsen van zonnepanelen, als duurzame maatregel op bestaande bouw, groeit. Hoewel het plaatsen van zonnepanelen op een niet monumentaal pand vergunningsvrij is, is de esthetische inpassing een belangrijk aspect waar meer aandacht voor zou mogen zijn. Dat is ook in het eigen belang van particulieren woningeigenaars. Immers een zonne-energiesysteem dat op een mooie manier is ingepast op het dak kan de waarde van de woning verhogen, terwijl een lelijk systeem de woning minder aantrekkelijk voor (toekomstige)kopers kan maken. In dit kader worden de volgende aanbevelingen gedaan:
- Probeer om samen met de buren een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen voor plaatsing van zonnepanelen. Dit kan zorgen voor een blijvend uniforme aanblik van de woningen.
- Overweeg de keuze van “All Black” panelen: panelen met een zwart oppervlak en met een zwart frame of frameloze panelen.
- Kies één oriëntatie van alle panelen en leg de panelen in een ordelijk patroon
- Overweeg plaatsing van dunne-laag panelen met kleinere lengte (bijv. 1,25x1,00) als dit beter past in het beschikbaar dakvlak.
- Probeer uitsparingen in het belegd oppervlak te vermijden.
- Vermijd dat panelen boven het dakvlak uitsteken en in het zicht liggen.
- Leg panelen, indien mogelijk, liever laag in het dakvlak dan hoog, zodat het zicht langs de toppen van daken minder verstoord wordt.
- Houd bij plaatsing op een plat dak een strook bij de dakrand vrij zodat de panelen minder in het zicht liggen. Houdt rekening met het uitzicht van buren.
(bron: Inventarisatie esthetische inpassing zonnepanelen, W/E adviseurs, juni 2015)
- Zonnepanelen en -collectoren op of bij monumenten en in beschermde dorpsgezichten.
Op monumenten en in beschermde gebieden zijn zonnepanelen alleen mogelijk als de plek en het pand de ingreep aankan zonder dat hierdoor historische waarden verloren gaan. Het gaat daarbij zowel om het behoud van het historisch materiaal als om karakter en aanzicht. Plaatsing is bijvoorbeeld mogelijk op een deel van het dak dat minder waardevol of representatief is en waarop de panelen vanuit openbaar gebied niet te zien zijn.
- Het gas- en energieverbruik is bij voorkeur al eerder verlaagd met alle mogelijke maatregelen die geschikt zijn voor het monument.
- Voor de zonne-energie-installatie bestaan geen geschikte alternatieve installaties of locaties met minder gevolgen voor de cultuurhistorische waarden, historisch-ruimtelijke waarden en de historische materialen en constructies.
- De zonne-energie-installatie is op de gewenste locatie goed te richten naar de zon, kan zonder veel schaduw op de panelen of collectoren zonlicht opvangen en levert een relevante bijdrage aan het milieu.
- Elk monument is anders. Het aanbrengen van zonnepanelen is dus maatwerk; Door de installatie gaan geen cultuurhistorische of historisch-ruimtelijke waarden verloren voor het gebouw in zijn totaliteit of voor het gebied in zijn geheel;
- De plaatsing van het systeem heeft voor de gekozen locatie weinig visuele gevolgen en leidt niet tor verlies van waarden.
- De installatie (inclusief alle bijbehorende onderdelen) is niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Binnen het beschermde stadsgezicht verstoort de installatie ook geen belangrijke uitzichten , vanuit of binnen het beschermde gezicht.
- Het uiterlijk van de installatie (waaronder grootte, vorm, kleur en reflectie) leidt niet af van het karakter van het gebouw en de omgeving.
- Plaatsing van de installatie leidt niet tot fysiek schade aan of verlies van belangrijke historische materialen en constructies.
- Kabels, leidingen en alle bijbehorende apparatuur zijn binnen in het gebouw onder te brengen, zonder schade aan of verlies van belangrijke historische materialen en constructies.
(bron: Zonne-energie in de historische omgeving, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2014)
Naast behoud en hergebruik van bestaande panden kan duurzaamheid ook bij volledige nieuwbouw een belangrijk architectonisch uitgangspunt zijn. Een gebouw dat ontworpen is om de tand des tijd goed te doorstaan is duurzaam. Een dergelijk gebouw is eenvoudigweg goed ontworpen waarbij de belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde naadloos samengaan. De definitie van deze begrippen:
- Belevingswaarde
Een duurzaam gebouw is een gebouw, dat een tijdloos karakter heeft dat uitstijgt boven ‘de waan van de dag’, met een uitstraling die min of meer vanzelf volgt uit de functie en plaats.
- Gebruikswaarde
Een duurzaam gebouw is een gebouw dat ‘als een jas’ past om haar gebruiker en voortkomt uit een grondige analyse van het programma en de levensstijl van de gebruiker in combinatie met de plaatsing op de kavel. Flexibiliteit van de indeling en het gebruik verhoogt de kans op een blijvende gebruikswaarde in de toekomst.
- Toekomstwaarde
Een duurzaam gebouw is een gebouw dat toekomstbestendig is. Een flexibel ontworpen gebouw dat op eenvoudige wijze aanpasbaar is aan de verschillende levensloopfases van haar gebruikers, zodat ingrijpende verbouwingen eenvoudig kunnen worden voorkomen. Landelijk worden in het kader van duurzaamheid de navolgende tips meegegeven:
- Verminder de belasting van het milieu door al in de ontwerpfase rekening te houden met de gewenste technische levensduur van het gebouw en te kiezen voor milieuvriendelijke bouwwijzen en materialen.
- Houd bij het ontwerp en de materiaalkeuze zo veel mogelijk rekening met hergebruik van bouwdelen en recycling van materialen die vrijkomen bij de sloop van het gebouw na het einde van de levensduur.
- Bekijk eerst of een gebouw in aanmerking komt voor renovatie, samenvoeging of splitsing, dan wel herbestemming (transformatie van kantoren) voordat u kiest voor slopen van het gebouw.
- Ontwerp het gebouw zo, dat het in de toekomst makkelijk is aan te passen aan de wensen van (nieuwe) gebruikers.
- Pas duurzame technieken toe om te besparen op energie- en materiaalgebruik.
- Pas maatregelen toe die tijdens het gebruik van het gebouw leiden tot energiebesparing en dus kostenbesparing (vermindering van energielasten).
- Zorg dat energiezuinig gebruik (van installaties) en beheer van het gebouw eenvoudig is voor de gebruikers.
(bron: www.rijksoverheid.nl)
Naast duurzame architectuur is er ook duurzame stedenbouw. Duurzame stedenbouw is er op gericht een juiste balans te vinden tussen een goed sociaal en economisch functioneren in een gebied, de vermindering van de milieubelasting en efficiënt gebruik van schaarse ruimte en goederen. Van belang is dat nieuwe woonwijken met zorg worden ontworpen waarbij sociaaleconomische, milieu–technische en ruimtelijke aspecten integraal worden meegewogen, zodat een toekomstbestendige wijk ontstaat waarin mensen zich thuis voelen. Bewoners stellen het bijvoorbeeld op prijs wanneer elementen uit het vroegere landschap nog in hun buurt te zien zijn. Cultuurhistorische elementen zorgen voor identiteit. Hoogwaardig groen en schoon water in de omgeving worden hoog gewaardeerd. Variatie en functiemenging zorgen voor levendigheid en een gevoel van veiligheid. Bekeken door een economische bril biedt duurzame stedenbouw eveneens voordelen. Stedenbouw is immers onderhevig aan concurrentie met andere steden, gebieden en wijken. Een tekort aan kwaliteit (milieu, ruimtelijk, leefbaarheid) wordt op den duur afgerekend met teruglopende investeringen, wegtrekkende bewoners en soms zelfs een negatief imago dat een kostbare herstructurering noodzakelijk maakt. Zorgvuldig ontwikkelde wijken wekken eerder een positieve belangstelling, verhogen de waarde van grond en gebouwen en vragen niet om dure lapmiddelen om het gebied leefbaar te houden.
Het klimaat verandert. Dat betekent vaker extreme neerslag (pieken) en extreme droogte als we het hebben over water. Dit heeft invloed op het watersysteem, op de landbouw en natuur, maar ook op de inrichting en het leven in de dorpskernen. Ook hitte is een toenemend probleem. Met name tijdens hittegolven kan het in bebouwde gebieden een stuk warmer zijn dan in gebieden buiten de stad. Dit wordt in de toekomst alleen maar erger. Klimaatadaptatie is één van de manieren om de negatieve gevolgen van klimaatveranderingen voor nu en voor de toekomst het hoofd te bieden. Het gaat daarbij om het toekomstbestendig maken van de stad, op zo’n manier dat veiligheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit worden versterkt. De kern van klimaatadaptatie is dat vraagstukken over klimaat voortaan gekoppeld moeten worden aan vraagstukken over de inrichting van de openbare ruimte.
Duurzame landbouw is een toekomst bestendige vorm van landbouw, zowel in ecologisch, economisch als sociaal opzicht. Voedsel wordt op een duurzame wijze geproduceerd als het gunstig is voor alle betrokkenen, geen negatieve gevolgen heeft voor het milieu en het landschap en bijdraagt aan de biodiversiteit binnen en buiten het bedrijf. Daarnaast is het gebruik van water, energie en grondstoffen zodanig is georganiseerd dat er geen tekorten optreden, bijvoorbeeld door water te zuiveren, zelf energie op te wekken en op streekniveau naar een kringloop van voedingstoffen te streven.


