Landelijk gebied
De landschappelijke kenmerken van het buitengebied van de gemeente Rheden zijn nauw verbonden met de bijzondere geomorfologische situatie. Deze wordt gekenmerkt door grote verschillen in hoogte, in grondsoorten en in grondgebruik (occupatiegeschiedenis). Deze grote verschillen leidden in de loop der eeuwen tot het ontstaan van zeer verschillende gebiedsontwikkelingen en landschapsbeelden. Globaal wordt een viertal evenwijdig verlopen- de landschapszones onderscheiden. Het noordwestelijk deel van de gemeente is onderdeel van het hooggelegen en sterk geaccidenteerde Veluwemassief (stuwwallen) en is voornamelijk bebost (Veluwe). De laaggelegen uiterwaarden van de IJsselvallei in het zuidoostelijk deel worden beheerst door de sterk meanderende IJssel met zijn zijtakken en dijkreliëf. Deze relatief open zone heeft vooral een landbouwfunctie (Uiterwaarden van de IJsselvallei en Spankeren en Soerensche Broek). Daartussen bevindt zich een overgangszone: een min of meer stedelijke as van infrastructuur (spoorlijn, historische en recentere hoofdwegen) en een reeks van daaraan gekoppelde bebouwingsconcentraties. Deze overgangszone kent een dynamische ontwikkelingsgeschiedenis en heeft daardoor ook een zeer afwisselend karakter verkregen (Veluwerand). Dorpsbebouwing en daaraan gerelateerde functies, landgoederen, buitenplaatsen en kleinschalige agrarische gebieden, waaronder de historische enken, wisselen elkaar af. In deze zone komt naast de agrarische bebouwing relatief veel incidentele bebouwing voor, zoals sportcomplexen, instituten, horecabedrijven, villa’s en individuele woonhuizen.
