Dieren 5 Dieren Noordoost (Forumbeweging)
Het woongebied Dieren Noordoost is hoofdzakelijk gebouwd in de jaren zeventig naar de opvattingen die toen over leefbaarheid en veiligheid in de woonomgeving golden. Voorop stond de informele groene sfeer en de verkeersleefbaarheid. De stedenbouwkundige structuur is erop gericht om lange, tot snelheid nodigende, zichtlijnen (voor de automobilist) zo veel mogelijk te beperken. De bebouwing wordt geconcentreerd in zogenaamde lobben (bebouwingsvlekken), ontsloten door een sterk geknikte wijkweg. Kenmerkend is de beslotenheid van het ruimtelijk beeld zowel op de hoofdroutes als in de woonlobben. Het ruimtelijk beeld wordt hoofdzakelijk bepaald door het openbaar groen. Het buurtgroen vormt geleidende zones tussen de bebouwingslobben. Door het uitgangpunt van de kleinschaligheid en de dorpse invulling ontstaat een wijkbeeld met weinig oriëntatiepunten. Scholen zijn geclusterd en gesitueerd aan een van de groene zones tussen de woonlobben. Kenmerkend is de aanwezigheid van een aparte structuur voor langzaam verkeer. Deze routes zijn meestal opgenomen in de groenzones en vormen korte, veilige verbindingen tussen de woonlobben onderling. In de woonlobben is gestreefd naar een grote afwisseling in plaatsing en oriëntatie van de woningen. In de verkavelingopzet komen grote verschillen per lob voor. Ten gevolge van de grote ruimtelijke variatie heeft iedere woning een eigen plek.
Woningblokken staan afwisselend met de voor- en achterzijde naar de straat gekeerd. Vaak zijn kopwoningen aan drie zijden omgeven door openbare ruimte. Korte rijtjes, kleine sprongen in de rooilijnen, sterk wisselende kapvormen en nokhoogten dragen in hoge mate bij aan de ruimtelijke variatie en de informele sfeer. Deze kleinschalige, informele sfeer wordt doorgezet in de inrichting van de openbare ruimte.
Vrijwel alle woningen bestaan uit één of twee lagen met een kap. Straatwanden zijn gesloten of halfopen. In beperkte mate komen vrijstaande en halfvrijstaande woningen voor, gegroepeerd in daarvoor bestemde lobben. Waar daken zijn doorgezet over de aanbouwen treden verspringingen van de goothoogte op. In veel gevallen staan bergingen voor de woningen opgesteld. Een groot aantal woningen heeft mede daardoor een gesloten karakter aan de straatzijde. De woningen zijn vooral georiënteerd op de privétuin. Door de variatie in plaatsing van aanbouwen en in de oriëntatie van de woning op de straat, geeft ook de overgang van openbaar gebied naar privé-erf een wisselend beeld te zien. De architectuur van de woningen is desondanks relatief ingetogen. De materiaalkeuze is ambachtelijk: veel bruin hout, rode baksteen en donkere pannen.
Felle, contrasterende kleuren worden zelden gebruikt. De sterk wisselende wijze van gebruik en inrichten van de naar de straat gekeerde tuinzijden heeft in sommige gevallen geleid tot een verstoring van het groene en rustige straatbeeld. De individuele aanpak van tuinafscheidingen draagt hieraan in belangrijke mate bij. De openbare en bijzondere gebouwen in deze wijk sluiten in hoge mate aan op het informele architectonische karakter van de omringende woonbebouwing.
Uitgangspunten welstandsbeleid
De waarde van deze wijk schuilt voornamelijk in de opzet en de ruime groenstructuur, die het beeld van de wijk bepalen. Ook de kleine schaal van de bebouwing en de variatie zijn aantrekkelijk. De verkeersleefbaarheid is een belangrijke kwaliteit. Het welstandsbeleid richt zich op het handhaven en, waar nodig, gericht verbeteren van de basiskwaliteit. Het gaat om de handhaving van de kleinschalige stedenbouwkundige opzet en de informele sfeer die uitgaat van het straatbeeld. Daarbij wordt gelet op de situering en schakeling van bouwmassa’s, op de gevarieerde inrichting van de openbare ruimte en op de ingetogen detaillering van de bebouwing. Een meer ingrijpende aanvulling in de bouwmassa’s en architectonische uitstraling van het centrale deel van de wijk kan in de toekomst wenselijk geacht worden. In dat geval zal het gemeentebestuur een aanvulling op het welstandsbeleid formuleren, bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitplan, al dan niet in samenhang met de herziening van een bestemmingsplan. Het welstandsbeleid is daarom vooral gericht op het behoud van het (gevarieerde) architectonische karakter. Per architectonische eenheid is enige variatie in architectonische detaillering mogelijk, mits deze variatie per woningblok wordt doorgevoerd. Bij renovatie of nieuwbouw zijn moderne interpretaties van het architectonische karakter mogelijk, mits goed gemotiveerd. Ingrepen als hekjes, luifels, naamborden en dergelijke mogen de rust in het straatbeeld niet verstoren. Aan de bewoners wordt extra aandacht gevraagd voor de vormgeving en onderlinge afstemming van tuinafscheidingen die in het zicht blijven.
