Dieren 3 Tuindorpen en wederopbouw

De ruimtelijke structuur van de dorpsuitbreidingen na 1920 wordt gedragen door de historische wegen en routes. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet is het regelmatige blokvormige patroon van straten en bebouwing. Tussen de tuindorpen onderling en tussen de tuindorpen en het wederopbouwgedeelte zijn duidelijk verschillen in schaal aanwezig. De tuindorpen ten noorden van de Spankerenseweg worden gekenmerkt door kleinschaligheid en een grote samenhang tussen de stedenbouwkundige opzet en de architectonische uitwerking. Deze uitwerking is in de omgeving van de Koningin Mariastraat meestal wat vrijer. Er is een heldere scheiding tussen openbaar terrein en privégebied. De woonstraatjes zijn meestal kort en (in het oostelijke wederopbouwdeel) ook vaak gebogen of geknikt. Kleine pleintjes en straatverbredingen vormen oriëntatiepunten in de buurten. Ook bieden ze speelruimte. De openbare ruimte is meestal sober en doelmatig ingericht. Het groen van de voortuinen en de kleine plantsoentjes geven de buurten een vriendelijk karakter. Waar in het straatprofiel voldoende ruimte is, versterken laanbomen de groene sfeer. De rooilijnen volgen het beloop van de weg, de voorzijden van de woningen zijn naar de straat gericht. Behalve de speeltuin aan de Harderwijkerweg komen in dit gebied geen grootschalige groenvoorzieningen voor. Het tuindorp rond de Koningin Mariastraat is royaal tot luxueus van opzet en aankleding. Deze buurt wordt gekenmerkt door ruimere kavels, forsere woonbebouwing, relatief grote voor- en zijtuinen met veel groen. In het straatprofiel zijn vaak laanbomen en groenstroken aanwezig. De bebouwing is in verschillende stijlperioden tussen 1920 en 1960 tot stand gekomen. De buurten verschillen in stijl en stedenbouwkundige inpassing van de bebouwing. Dit is duidelijk zichtbaar. In de tuindorpen zijn massaopbouw, dakvormen en hoekoplossingen op de stedenbouwkundige situatie afgestemd. De bebouwing bestaat overwegend uit korte en langere rijen van één laag met kap. In de detaillering is vooral aandacht besteed aan (houten dak-) goten, daklijsten, dakkapellen en topgevels. De toegepaste materialen zijn roodachtige baksteen voor de gevels en rode gebakken pannen. De vooroorlogse bebouwing rond de Koningin Mariastraat wordt gekenmerkt door forse bouwmassa’s (twee lagen met kap), hoge kappen met royale overstekken en een ruime toepassing van luifels en erkers. De bebouwing rond de Beatrixlaan wordt gekenmerkt door korte blokjes, eenvoudige bouwmassa’s in twee lagen met kap en een verzorgde traditionele bouwstijl, met aandacht voor de detaillering van deuropeningen, en de luchtige vormgeving van erkers en dergelijke.
De wederopbouwbuurten zijn aanzienlijk soberder van bebouwingskarakter dan de vooroorlogse buurten. Er is een betrekkelijk geringe variatie in straatbeeld en architectonisch ontwerp. De meeste woonblokken bestaan uit langere rijen in twee lagen met kap. De gevels zijn traditioneel en vrij gesloten van karakter. Op enkele plaatsen komen op de koppen van de woonblokken kleine aanbouwen voor ten behoeve van buurtfuncties. Deze aanbouwen maken deel uit van het oorspronkelijke architectonische ontwerp. Van recente datum is een wooncomplex aan de Dr. Schaepmanstraat. De stijl wordt gekenmerkt door een eigentijdse interpretatie van de traditionele architectuurkenmerken van de omgeving. Het complex valt met name op door de contrasterende witte kleur die toegepast is in de bovengevels.

Uitgangspunten welstandsbeleid

Dieren Tuindorpen en wederopbouw is een relatief omvangrijk en kleinschalig opgezet woon- gebied met een heldere structuur. De waarde van de vooroorlogse delen daarvan is vooral gelegen in de vriendelijke kleinschaligheid van de verkavelingsopzet en de zorgvuldige uitwerking van de bebouwing. De kwaliteit van het wederopbouwgedeelte is vooral gelegen in de heldere structuur van het stratenpatroon en het rustige bebouwingsbeeld.
De nauwe samenhang tussen de stedenbouwkundige opzet en de architectonische vormgeving is een belangrijk kenmerk van de tuindorpen. Relatief kleine ingrepen kunnen het zorgvuldig opgebouwde beeld al snel verstoren. Het beleid in deze buurten en wijken is dan ook gericht op instandhouding van het doordachte en fijnschalige opgebouwde stedenbouwkundige patroon en de daarmee corresponderende situering en vormgeving van de bebouwing. Afbraak van bestaande bebouwing wordt zo veel mogelijk voorkomen, terwijl vervangende nieuwbouw op respectvolle wijze, en met behoud van de oorspronkelijke kenmerken en verbijzonderingen in het totaalbeeld ingebed moet worden. Enige variatie in de detaillering is mogelijk, mits deze variatie per woningblok wordt doorgevoerd. Met name in het wederopbouwdeel is meer afwisseling in de stedenbouwkundige opzet en versterking van de architectonische expressie van de woningblokken gewenst. Bij renovatie of nieuwbouw zijn eigentijdse interpretaties van het architectonische karakter, mits goed gemotiveerd, mogelijk. Individuele ingrepen als hekjes, luifels, naamborden en dergelijke mogen de rust in het straatbeeld niet verstoren.

afdrukken
Tuindorpen en wederopbouw Dieren