1.3 Werkwijze Welstandsnota 2016

1.3.1 Opbouw nota

De welstandsnota bestaat uit een vijftal hoofdstukken. Te weten:
Hoofdstuk 1 Inleiding
Hoofdstuk 2 Afwijken van beleid
Dit hoofdstuk bestaat uit algemene welstandscriteria. Dat zijn criteria die fungeren als achtervang wanneer de reguliere toetsingscriteria onvoldoende houvast bieden. En uit excessencriteria. Dit zijn criteria waarbij de gemeente de mogelijkheid heeft om repressief in te grijpen indien een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Hoofdstuk 3 Toetsingscriteria per gebied
De kern van de nota bestaat uit veertien sets gebiedscriteria. Elke set heeft betrekking op meerdere kenmerken of geografisch te onderscheiden gebieden. Ze geven de essentie van de opgave aan waar deze betrekking hebben op de schaalniveaus stedenbouw, openbare ruimte, architectuur en detaillering. Naast de gebiedscriteria zijn er voor de meest voorkomende kleine bouwwerken (bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken, dakkapellen etc., als bedoelt in het Besluit Omgevingsrecht) algemene criteria opgesteld welke hier en daar zijn aangevuld voor specifieke gebieden. De toetsingscriteria voor rijksbeschermde dorpsgezichten, rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten vloeien voort uit de redengevende beschrijvingen en zijn in deze nota buiten beschouwing gelaten. De toetsingscriteria voor de beeldbepalende panden zijn als bijlage gevoegd bij de Erfgoednota.
Hoofdstuk 4 Overzicht actuele beeldkwaliteitplannen
Een overzicht van de actuele beeldkwaliteitplannen die in de gemeente van toepassing zijn.
Hoofdstuk 5 Gebiedsbeschrijvingen
In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke kwaliteiten en karakteristieken van de kernen beschreven. Deze beschrijvingen helpen bij de onderbouwing van de toetscriteria.
Bijlagen

1.3.2 Welstandsniveaus

Aan de welstandsgebieden zijn toetsingsniveaus gekoppeld, variërend van welstandsvrij, soepel (niveau 3), regulier (niveau 2) tot bijzonder (niveau 1). Deze toetsingsniveaus geven aan op welke deelaspecten het bouwplan wordt getoetst. Afhankelijk de plek en het soort bouwwerk kan dit zijn op hoofdlijnen (hoofdaspecten) tot heel gedetailleerd (deel- en detailaspecten). Welstandsvrij zijn kleine bouwwerken bij woningen en bedrijven binnen de bebouwde kom, op achtererven niet grenzend aan en/of zichtbaar vanaf het openbaar gebied tot een hoogte van 5m waarop welstandniveau 2 en 3 van toepassing is. Hier kan alleen repressief (achteraf) worden getoetst wanneer het vermoeden bestaat dat het plan in ernstige mate afwijkt van redelijke eisen van welstand. Bij niveau 3 (soepel) geldt dat ondernemers en inwoners zelf voor het grootste deel verantwoordelijk zijn voor de ruimtelijke kwaliteit van hun woonomgeving. Dit betekent dat zij zelf bewust keuzes moeten maken over onder andere de invulling van detailaspecten zoals materiaalgebruik, kleurstelling, detaillering, vormgeving etc. Hier kijkt de welstand alleen mee op hoofdlijnen (hoofd- en deelaspecten) ten aanzien van de gevelcompositie en de massa/vorm van de bebouwing waar het gaat de voorerven en de achter-/zijerven grenzend en/of zichtbaar vanaf het openbaar gebied . De gedachte hierbij is dat sommige gebieden (vooral naoorlogse woonwijken en bedrijventerreinen) meer variatie kunnen verdragen dan andere, meer kwetsbare gebieden. Uitgangspunt blijft dat de bouwwerken moeten passen in hun omgeving en dat de basiskwaliteit zoals in deze nota beschreven in stand moet blijven. Niveau 2 (regulier) is van toepassing op stedenbouwkundig en/of cultuurhistorisch waardevolle gebieden en de ruimtelijke dragers (de belangrijkste wegen in het dorp) zoals aangegeven in de structuurvisie. Hier wordt er voor zo ver het gaat om de voorerven en de achter-/zijerven grenzend en/of zichtbaar vanaf het openbaar gebied getoetst op alle aspecten ten aanzien van gevel, bouwmassa, ligging, materialen, kleuren en detaillering. Het hoogste niveau 1 (bijzonder) geldt voor beeldbepalende panden of ensembles, monumenten, beschermde dorpsgezichten en buitenplaatsen. Hier worden alle erven en bijbehorende bouwwerken getoetst op gevel, bouwmassa, ligging, materialen, kleuren en detaillering. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt altijd niveau 1, tenzij bij vaststelling van de nieuwe ontwikkeling anders wordt besloten. Er zal dan niet worden getoetst aan de welstandsnota, maar het opgestelde beeldkwaliteitplan of algemene welstandscriteria.

Welstandsniveaus

Beoordelingsaspecten

Waar op van toepassing

Verantwoordelijkheid

 

Welstandsvrij

Achter- en zijerven niet grenzend en/of zichtbaar vanaf het openbare gebied en niet hoger dan 5m

- Gebieden die meer variatie kunnen verdragen

Ondernemers/Inwoners
(welstandscommissie bij mogelijk exces)

Niveau 3

Soepel

 

Voor-, achter- en zijerven grenzend en/of zichtbaar vanaf het openbaar gebied
Hoofdaspecten:
- Bebouwing/ omgeving
- Massa/ vorm
Deelaspecten:
- Gevelcompositie

- Gebieden die meer variatie kunnen verdragen

Ondernemers/Inwoners
Rayonarchitect/Welstandcommissie
(gemeente)

 

Niveau 2

Regulier

 

Voorerven en achter-, zijerven grenzend en/of zichtbaar vanaf het openbaar gebied
Hoofdaspecten:
- Bebouwing/ omgeving
- Massa/ vorm
Deelaspecten:
- Gevelcompositie
Detailaspecten:
- Materiaalgebruik
- Kleurgebruik
- Detaillering

- Stedenbouwkundig en/of cultuurhistorisch waardevolle gebieden
- Ruimtelijke dragers

 

Ondernemers/Inwoners
Rayonarchitect/Welstandscommissie
(gemeente)

 

Niveau 1

Bijzonder

 

Voor-, achter- en zijerven
Hoofdaspecten:
- Bebouwing/ omgeving
- Massa/ vorm
Deelaspecten
- Gevelcompositie
Detailaspecten:
- Materiaalgebruik
- Kleurgebruik
- Detaillering

 

- Beeldbepalende bebouwing
- Monumenten
- Beschermde dorpsgezichten
- Buitenplaatsen
- Nieuwbouw

 

Ondernemers/Inwoners
Welstandscommissie
(gemeente)

 

Tabel 1 Schematisch weergave welstandsniveaus

1.3.3 Raadplegen nota

De welstandsnota lijkt een lijvig en mogelijk ingewikkeld stuk om te lezen, maar de nota hoeft niet in zijn geheel gelezen te worden. Om de toetsingscriteria voor een bouwplan in te zien kunnen de volgende stappen worden gevolgd.

  1. Bepaal op de Welstandsniveau kaart het toetsingsniveau.(Voor beeldbepalende pandende geldt altijd niveau 1, zie bijlage voor de overzichtslijst)
  2. Bepaal met bovenstaande tabel de toetsingsaspecten.
  3. Bepaal op de Welstandsgebiedenkaart de toetsingscriteria
  4. Lees in hoofdstuk 3 de toetsingscriteria behorende bij het juiste welstandsgebied.
  5. Heeft u een vermoeden dat uw pand een gemeentelijk of rijksmonument is. neem dan contact met de gemeente op, (026) 49 76 911. Samen met u kijken we wat de mogelijkheden zijn.

of

Ga naar www.welstandsnotas.nl/rheden. Via deze website kan gericht op adres of welstandsgebied worden gezocht. Waarna de relevante informatie wordt getoond.

afdrukken