Laag Soeren 2 Naoorlogse woonbebouwing
Na de Tweede Wereldoorlog werden de Rozesteinweg en de prof. Huetlaan aangelegd. Hierlangs ontstonden voornamelijk individuele particuliere woningbouw, eenvoudige twee- onder-eenkapwoningen en blokjes met eenvoudige rijenwoningen. Het binnengebied is in de jaren zeventig en later ingevuld met nagenoeg gelijkvormige blokjes van sober vormgegeven rijenwoningen.
Het deelgebied wordt gekenmerkt door een helder patroon van straten rond een relatief royaal, driehoekig groenplein. In de randen van het deelgebied overheerst het open karakter van de individuele woningbouw (W9 W7). De individuele woningen zijn voor het merendeel opgebouwd uit baksteen en hebben een bouwhoogte van één laag met kap. De woningen staan afwisselend in kleine series van langs- en dwarskappen naar de straat gekeerd. Hierdoor heeft het straatbeeld doorgaans een rustig en geordend karakter. De bebouwingsrand aan de zuidzijde van de Prof. Huetlaan bestaat overwegend uit twee lagen met kap. Nabij de kruising van de Rozesteinweg met de Harderwijkerweg is een klein complex van enkele geschakelde woonhuizen gesitueerd.Dit complex valt op door de zorgvuldigheid van de massaopbouw, de architectuur (een moderne interpretatie van de traditionele dorpse stijl) en de keuze van materiaal en kleur. In het binnengebied, dat uitsluitend opgebouwd is uit vrijwel gelijkvormige en in strak gelid geplaatste rijenwoningen, heeft een meer besloten en formeel karakter. De rijenbouw zijn ontstaan in verschillende. Toch overheerst het beeld van gelijkvormigheid in massaopbouw, in architectuur en in de keuze van materialen en kleur. Het bebouwingsbeeld is opgebouwd uit series van gelijkvormige blokken van rijenwoningen met een zeer eenvoudige, traditionele baksteenarchitectuur. Regelmatig geplaatste schoorstenen scanderen de afzonderlijke woningen. Tussen de verschillende bouwseries bestaan subtiele verschillen, zoals verspringingen in de hoofdmassa, afmetingen, vorm en plaatsing van ramen en deuren. In sommige blokken zijn gevels in twee kleuren baksteen toegepast of zijn ramen en deuren in de ondergevel samengevoegd tot één door- gaande houten (schijn)pui, uitgevoerd in hout en donkergroen geschilderd. De verschillen zijn echter gering, zodat op hoofdlijnen een betrekkelijk monotoon bebouwingsbeeld heerst.
Uitgangspunten welstandsbeleid
De tamelijk ruime opzet, het groene karakter en de in het algemeen terughoudende traditionele architectuur dragen in belangrijke mate bij aan het geordende en rustige beeld van de buurt. Deze opzet heeft een hoge mate van flexibiliteit in zich. Dat wil zeggen dat verandering en vernieuwing van de bebouwing binnen de bouwblokken op eenvoudige wijze doorgevoerd kan worden. De waarde van de buurt schuilt vooral in deze opzet en in de nadruk op de samenhang in de traditionele architectuurkenmerken.
Het beleid is vooral gericht op het behoud van het ruimtelijke en architectonische karakter van de wijk. Enige variatie in de detaillering is mogelijk, mits deze variatie per woningblok wordt doorgevoerd. Bij renovatie of nieuwbouw zijn moderne interpretaties van het architectonische karakter, mits goed gemotiveerd, mogelijk. Ingrepen als hekjes, luifels, naamborden en dergelijke mogen de rust in het straatbeeld niet verstoren.
