Laag Soeren 1 Harderwijkerweg

Het deelgebied Harderwijkerweg heeft de kenmerken van een historisch dorpslint: een langgerekte reeks van individuele panden die, op ruime afstand van elkaar, georiënteerd staan naar een oude verbindingsweg. De continuïteit van de route is duidelijk waarneem- baar. Een enkele richtingverandering in het wegbeloop geeft een zekere visuele afbakening en beslotenheid. De open ruimte tussen de panden biedt op veel plaatsen een nadrukkelijke visuele relatie met het omringende agrarische en bosrijke gebied. De oudste bebouwing, meestal van agrarische oorsprong, staat dicht op de weg. De ruimte daartussen is geleide- lijk aan opgevuld met vrijstaande woningen uit de periode 1860-2000. Deze staan op enige afstand van de weg en zijn meestal voorzien van een voortuin. Een aantal van deze panden, gebouwd rond 1900, heeft een relatief forse bebouwingsmassa, staat vaak op relatief grote afstand tot de weg en heeft een representatief karakter. Het plein rond de karakteristieke V-vormige splitsing Harderwijkerweg en Eerbeekseweg is noordzijde begrensd door een relatief lang blok met rijenwoningen uit de jaren zestig. In de zuidelijkste punt van het bosgebied tussen de Harderwijkerweg en de Eerbeekseweg ligt een parkachtige zone met een zeer open bebouwing. De functies, bouwmassa’s en architectonische vormgeving van deze bebouwing lopen uiteen (woning, dienstverlening, kerk). De Van Zwietenlaan heeft een bebouwingskarakter van eenvoudige, met een smalle gevel, naar de weg gerichte panden met één laag en kap. Het wegprofiel bestaat uit een smalle asfaltverharding en groene bermen. In deze bermen bevinden zich aan weerszijde van de weg een greppel, aan de zuidzijde gecombineerd met laanbeplanting.
Het bebouwingsbeeld langs de Harderwijkerweg heeft een afwisselend karakter, mede als gevolg van de verschillende stijlperiodes waarin de panden zijn ontstaan. Vrijwel alle bebouwing is opgebouwd uit één laag met stevige kap en staat gericht naar de weg. De forsere villabebouwing uit de negentiende eeuw heeft meestal twee verdiepingen met een samen- gestelde kap. Nabij kruisingen en splitsingen van wegen staat de bebouwing gericht naar de belangrijkste weg. De relatief grote kavels bieden vaak ruimte voor forse aan- en bijbouwen, geschikt voor een veelheid aan functies. Traditionele kenmerken van de architectuur overheersen het wegbeeld. Incidenteel komen panden met de kenmerken van de oorspronkelijke agrarische bebouwing voor: een forse massa, die evenwijdig aan en vaak dicht op de weg is geplaatst. Kenmerkend zijn de dominante kap en de lage gootlijn. Tussen de agrarische bebouwing staan vrijstaande panden uit verschillende stijlperioden. Verschillende dakvormen komen naast elkaar voor. Deze verschillen dragen in belangrijke mate bij aan de individualiteit van de panden en de afwisseling in het bebouwingsbeeld. Het gebruik van aardkleuren voor de hoofdmaterialen en een lichte kleur voor de kozijnen en lijsten overheerst. Het noordelijk deel van dit bebouwingslint is na de Tweede Wereldoorlog ontstaan en bestaat uit een serie twee-onder-een- kapwoningen en enkele vrijstaande villa’s, gebouwd in een à twee lagen met kap. De belangrijkste afwijking in dit bebouwingsbeeld wordt gevormd door het dorpshuis. Dit gebouw bestaat uit één laag en is plat afgedekt. De architectuur heeft een sober en utilitair karakter en contrasteert ook in materiaal- en kleurkeuze met zijn omgeving en vooral met het ernaast gelegen schoolgebouw.

Uitgangspunten welstandsbeleid

Het welstandsbeleid is gericht op het behoud van de eigen dorpse sfeer van Laag-Soeren, dat gekenmerkt wordt door een eenvoudig stedenbouwkundig patroon, een zekere afwisseling in plaatsing en richting van de panden en door een bescheiden, traditioneel en meestal open bebouwingskarakter afgewisseld met enkele representatieve gebouwen, die in schaal nauwelijks afwijken van de overige bebouwing.
Behoud van het eigen architectonisch karakter van de panden staat voorop. Bij aanpassingen en renovatie zijn moderne interpretaties van het architectonische karakter mogelijk.
Bij nieuwbouw is belangrijk dat de gebiedskenmerken als uitgangspunt worden genomen. Deze kunnen in een eigentijdse architectuuropvatting worden uitgewerkt. Ingrepen als hekjes, luifels, naamborden en dergelijke dienen ondergeschikt te blijven.

afdrukken
Harderwijkerweg