2.2 Excessencriteria
De gemeente heeft de mogelijkheid om repressief in te grijpen indien een bouwwerk (zowel vergunningplichtig als vergunningvrij) in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand (Woningwet art. 12, lid 1). Van excessen is sprake bij buitensporigheden in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident zijn. De excessenregeling is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan. Op grond van artikel 12, 12a en 13a Woningwet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar aanschrijven om de strijdige situatie ongedaan te maken. In geval van een exces moet het college kunnen verwijzen naar specifieke criteria in de welstandsnota.
In de volgende gevallen kan sprake zijn van een exces:
- Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving;
- Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk;
- Armoedig materiaalgebruik bij erfafscheidingen, Vrijstaande bijbehorende bouwwerken en overkappingen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Voorbeelden van armoedig materiaal zijn rietmatten, bedden- spiralen, oude deuren, golfplaten of zeildoek;
- Armoedig materiaalgebruik bij gevelbetimmeringen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Voorbeelden van armoedig materiaal zijn kunststof schroten en industriële beplating; Verloedering door achterstallig onderhoud;
- Verstoring van ritme in gevelwand door gedeeltelijke afbraak, instorting, verwaarlozing of verandering van een bouwwerk;
- Toepassen van felle of contrasterende kleuren mits daarvoor geen redelijke aanleiding is;
- Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is;
- Het plaatsen van bouwketen en/ of zeecontainers anders dan functioneel voor bouw-, onderhouds-, of sloopactiviteit en geplaatst op of in onmiddellijke nabijheid van het terrein waar de activiteit plaatsvindt.