Thema 5 Gemengde bebouwing overig

4.5.1

Beleidsuitgangspunten welstand

Algemeen

Naast het deelgebied “gemengde bebouwing” met centrumfuncties is er ook een deelgebied aangewezen met gemengde bebouwing, maar waarbij het kleinschaligere bebouwing betreft, met voornamelijk een woonfunctie. Deze gebieden vallen onder het deelgebied “Gemengde bebouwing overig”. Binnen dit deelgebied zijn vooral de niet-planmatige uitbreidingen opgenomen. Dit zijn historisch gegroeide gebieden, met een grote diversiteit aan bouwstijlen. Soms is er sprake van een ensemble woningen dat tegelijkertijd is ontstaan. De grote van deze ensembles overstijgt zelden een klein straatje. Het betreft onder andere verschillende fragmenten arbeiderswoningen een tuinwijkachtige uitbreidingen.


Het beleid is er op gericht om de eenheid in het straatbeeld (rooilijn, bouwmassa, gevelindeling, materiaalgebruik) waarbinnen een diverse bebouwingskarakter aanwezig is te behouden en waar nodig te versterken. Het betreft dan eventueel  herstel van de oorspronkelijke straatwanden met een weinig verspringende rooilijn en een min of meer half open of gesloten straatwand, en het behouden van een rafelig karakter. Daar waar sprake is van een ensemble woningen dat een stedenbouwkundig en/of architectonische eenheid vormt, dient deze eenheid bewaard te blijven.

Bebouwingsbeeld

Het beleid is vooral gericht op het behoud van het individuele karakter van de panden passend in het beeld van de historische context. Bij aanpassingen en renovatie dient het oorspronkelijke architectonische karakter van de bebouwing als uitgangspunt te worden genomen. Moderne interpretaties van het architectonische karakter zijn alleen mogelijk, als deze  goed gemotiveerd zijn.

Bij nieuwbouw is het essentieel dat de gebiedskenmerken tot uitgangspunt worden genomen en de eenheid in het straatbeeld bewaard blijft. Deze kunnen met de nodige terughoudendheid in een eigentijdse architectuuropvatting worden uitgewerkt. Behoud van het veelal verticale karakter van de gevelopbouw en van de kenmerkende plasticiteit in het gevelvlak is daarbij essentieel.

Voor bijzondere situaties en functies kan het gemeentebestuur besluiten af te wijken van de hieronder weergegeven gebiedscriteria. Voorwaarde is dat sprake is van een hoogwaardige architectuur die beantwoordt aan de algemene welstandscriteria.

Differentiatie welstandsniveaus

Deze gebieden vallen onder welstandsniveau 1 of welstandsniveau 2. De uitwerking van de toe te passen welstandsniveaus is aangegeven op de welstandsniveaukaart. Voor rijks- en gemeentelijke monumenten en hun beide belendingen (tenzij deze zich verder dan 50 m van het monument bevinden), geldt, ongeacht het welstandsniveau van de omgeving, welstandsniveau 1.

In aanvulling op deze algemene waardebepaling en beleidsrichting, zijn de volgende structuurvisies en beeldkwaliteitplannen van toepassing:het structuurplan Winterswijk (juli 1992), de Actualisatie structuurplan Visie wonen en werken, gemeente Winterswijk (juli 2002) en het beleidsstuk Visiedocument voor de kom Winterswijk, vastegesteld door de Raad op 25 febr. 2010.

printen
terug
deelgebiedenkaart Gemengde bebouwing - overigfoto Gemengde bebouwing - overigfoto Gemengde bebouwing - overigfoto Gemengde bebouwing - overigfoto Gemengde bebouwing - overig