Welstand gemeente Druten
StartpaginaUw mening
Actueel
Contact
T-boerderijen

Objectbeschrijving

Een veel voorkomend type van agrarische bebouwing in het rivierengebied is de zogenaamde T-boerderij, ook wel rivierdwarshuis of T-huis genoemd. Het rivierdwarshuis is ontstaan uit de hallehuisboerderij. Het hallehuis is een Saksisch boerderijtype dat voorkomt in Drente, Oost- en Midden-Nederland. Van oorsprong is het een langgerekt driebeukig gebouw met de deel in het midden en de stallen aan weerszijden.

In het vruchtbare rivierengebied is uit het hallehuis de T-boerderij ontstaan. Hierbij is het woonhuis dwars voor de schuur geplaatst, waardoor de kenmerkende T-vorm ontstaat. De ontwikkeling van het voorhuis uit het oorspronkelijke hallehuis kwam voort uit de relatieve welvaart die de vruchtbare uiterwaarden boden. Het woonhuis bestond bij het hallehuis meestal uit een centrale woonkeuken met aan beide zijde kamertjes en veelal een kelder. In de loop der tijd nam onder invloed van de stedelijke wooncultuur de ruimtebehoefte toe en werd het woongedeelte uitgebouwd. Hierdoor ontstond eerst het zogenaamde krukhuis met een L-vormige plattegrond en later de T-boerderij.

Het huis werd in veel gevallen verhoogd om extra bescherming te bieden bij een overstroming én indien aan een dijk gelegen, om over de dijk te kunnen kijken. De T-boerderijen werden vanaf de tweede helft van de 18e eeuw in één keer zo gebouwd. Door de betere grond vond deze ontwikkeling het eerst in het rivierengebied plaats, en in veel gevallen pas in de 19e eeuw op de zandgronden. 

Veelal werd in de T-boerderijen een gemengd bedrijf uitgevoerd. In de driebeukige schuur lagen aan weerszijden van de deel de paarden- en/of koeienstallen, waarin de dieren met hun kop naar de deel stonden. In dit deel van de Betuwe fokte men in de 19e eeuw veel paarden voor de verkoop. De boerderijen hadden voornamelijk een potstal of een groepstal met een gemetselde koeienstand, groep en voergoot. Deze laatste vorm duidt op het belang van de zuivelveeteelt. Een groepstal is tevens hygiënischer dan een potstal, aangezien deze dagelijks uitgemest wordt en de mest naar buiten gebracht naar bijvoorbeeld een mestvaalt.

Het vee stond dus aan weerszijden van de deel waar de oogst werd gedorst. Om die binnen te brengen bevinden zich in de achtergevel  grote deeldeuren. Karakteristiek voor het rivierengebied is de dakoverstek boven de deeldeuren die gemaakt is om de wagens droog te kunnen uitladen. Bij dit ver overstekende dakschild aan de achterzijde is veelal een luik geplaatst, waardoor de oogst vanaf de wagen droog op de zolder van het achterhuis kon worden geborgen.

Boven de deel liggen de zogenaamde slieten - rechte gladgemaakte dunne boomstammen - waarop een deel van de hooi- en graanoogst kon worden opgeslagen. Een andere mogelijkheid was de berging van hooi of stro in een hooiberg op het erf of in een schuur met verhoogde tasvloer, waarbij de ruimte eronder diende als berging voor wagens of als jongveestal.

Het woongedeelte met de dwarskap, is bij een T-boerderij meestal uitgebreid met aan de ene kant een pronkkamer en aan de andere kant een boven de kelder gelegen opkamer. Hierdoor is het woongedeelte breder dan de achtergelegen schuur. Er komen echter ook enkele uitzonderingen voor waar dit niet het geval is. Vaak is aan de vensterindeling te zien waar de kelder en opkamer zijn gesitueerd, door hoger geplaatste vensters. De meeste vensters van het woonhuis zijn voorzien van (donkere) luiken. Tevens heeft de schuur direct achter het voorhuis vaak aan één of beide zijden een kleine uitbouw met een (secundaire) entree. Dit is tevens de plek waar dakkapellen vaak gesitueerd worden bij de behoefte aan meer lichttoetreding en/of woningoppervlak.

De voorkomende T-boerderijen variëren sterk in ligging, omvang, bouwhoogte, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. Naast de grootschalige T-boerderijen in het komgrondgebied, liggen ze tevens op de stroomruggen en aan de dijk. Vooral de T-boerderijen of T-huizen met een jongere leeftijd hebben een meer dorpse vormgeving en de uitstraling van een 'normaal' woonhuis, waarbij er de vraag rijst of er wel sprake is van een agrarische achtergrond of verleden. Als dakvormen bij het voorhuis komen alleen het schilddak en zadeldak voor, waarbij slecht een enkele boerderij van wolfseinden is voorzien. Het schuurdak heeft altijd een schildvorm, die eventueel onderbroken wordt door de dakoverstek.

Het kleur- en materiaalgebruik varieert per boerderij. Over het algemeen is er wel sprake van een eenvoudige baksteenarchitectuur en/of een eenvoudige agrarische vormgeving met veel gebruik van baksteen, hout, gebakken pannen en riet als dakbedekking, en andere natuurlijke materialen. Bij sommige boerderijen zijn de gevels witgeverfd of gestuct in een andere lichte crèmekleur. De dak- en gootlijsten, kozijnen zijn veelal van hout en geschilderd in donkere kleuren, zoals zwart, groen en bruin of in lichte kleuren zoals wit, geel en andere crèmekleuren. Daarbij is vaak onderscheid gemaakt tussen de vaste en draaiende delen van raam- en deurpartijen.

Het detailleringniveau verschilt ook per pand. De eenvoudig agrarisch vormgegeven boerderijen hebben meestal sobere gevelversieringen. Deze zijn beperkt tot het meest noodzakelijke, zoals muurankers en rolbogen, maar ook vensterluiken en gestucte plinten. De fraaier vormgegeven T-boerderijen kennen hoofdzakelijk een baksteenarchitectuur met rijke detaillering. Hierbij komen naast bovenstaande decoraties tevens hardstenen plinten en hoekkettingen, bewerkte goot- en kroonlijsten, gekleurde gevel-, sluitstenen en baksteenlagen voor.

De gevelindeling bij de T-boerderijen wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door regelmatige gerangschikte vensters in een traditionele drie-, vier-, zes-, negen-, of twaalf-ruits indeling, meestal voorzien van vensterluiken. De gevel van het voorhuis is veelal symmetrisch ingedeeld met soms een centraal gesitueerde entree. In de andere gevallen is er meestal sprake van een entree in de zijgevel of een zodanig gepositioneerde entree, dat er sprake is van een één/ tweeverhouding in het gevelbeeld. De vensterindeling van de zijgevels en de schuur is zeer wisselend, zowel in positionering als afmeting van de vensters.

Plattegrond en doorsnee van een Hallehuisboerderij.De kenmerkende dakoverstek boven de deuren van de deel.Authentieke tekening van Hallehuisboerderij.T-boerderij met driebeukig schuurgedeelte en dwars daarop het voorhuis.