2.6 Excessenregeling

De gemeente heeft de mogelijkheid om repressief in te grijpen indien omgevingsvergunningvrije bouwwerken in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand (Woningwet art. 12, lid 1). Dit is het geval indien sprake is van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident zijn. Op grond van artikel 13 WW kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar dan aanschrijven om de strijdige situatie ongedaan te maken. In geval van een exces moeten burgemeester en wethouders kunnen verwijzen naar specifieke criteria in de welstandsnota. Deze zijn hieronder geformuleerd:

  • het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving.
  • het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk.
  • armoedig materiaalgebruik bij erfafscheidingen, bijgebouwen en overkap pingen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Voorbeelden van ar moedig materiaal zijn rietmatten, beddenspiralen, oude deuren, golfplaten of zeildoek;
  • armoedig materiaalgebruik bij gevelbetimmeringen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Voorbeelden van armoedig materiaal zijn kunststof schroten en industriële beplating.
  • verloedering door achterstallig onderhoud.
  • toepassen van felle of contrasterende kleuren.
  • te opdringerige reclames.
  • een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is.
  • ernstige verwaarlozing van het uiterlijk van een bouwwerk.

De excessenregeling is louter gericht op de uiterlijke kwaliteit van een bouwwerken en is niet bedoeld om de plaatsing daarvan tegen te gaan. Om te voorkomen dat men achteraf geconfronteerd wordt met de excessenregeling, kan de eigenaar van het te bouwen omgevingsvergunningvrije bouwwerk dit toch vrijwillig laten toetsen door welstand.

afdrukken
Excessenregeling